Nieuws Adventkerk lokaal
Nieuws Adventkerk Internationaal
Kerkelijk nieuws
Opzienbarend nieuws







 

  Veel PKN-dominees hebben niets met calvinistische theologie
Gepost op: donderdag 04 mrt 23:12
 
  DO 04 mrt 2010 | 12.09

Twee op de drie protestantse predikanten kunnen zich niet meer goed vinden in de calvinistische theologie zoals die wordt verwoord in de Dordtse Leerregels. klik hier voor meer informatie
Op de vraag of dit onderdeel van de protestantse belijdenisgeschriften gemist kan worden, zijn de predikanten iets gematigder.
Dat blijkt uit een onderzoek onder predikanten uit de Protestantse Kerk in Nederland, uitgevoerd door Kerknieuws.nl. In totaal 1000 predikanten uit de breedte van de kerk werden aangeschreven. 400 van hen vulden de vragenlijst in.
2009 was het Calvijnjaar en in 2010 wordt stil gestaan bij de dood van Arminius. Deze twee theologen kunnen worden gezien als elkaars tegenpolen. In 1618/19 zetten de nazaten van Calvijn met de Dordtse Leerregels (de artikelen tegen de remonstranten) de nazaten van Arminius (remonstranten) uit de gereformeerde kerk. Kerknieuws.nl wilde zien hoe actueel die artikelen nu nog zijn.
De artikelen van de remonstranten behandelen voornamelijk de uitverkiezingsleer (is de mens vrij in zijn geloof?). Uit het onderzoek blijkt dat de meeste predikanten zich niet meer goed in de orthodox-calvinistische opvattingen hierover kunnen vinden. Deze opvattingen houden in dat de mens niet vrij is: het geloof komt van God. Wat niet verwonderlijk is, is dat vooral predikanten uit de orthodoxe hoek van de kerk (voornamelijk de Gereformeerde Bond) nog wel veel waarde hechten aan de inhoud van de artikelen.
PKN-predikanten kunnen zich veel meer vinden in het arminiaanse standpunt over de uitverkiezingsleer (God geeft het geloof, maar de mens kan het weigeren). Er kan worden gezegd dat twee van de drie predikanten veel meer arminiaans is dan calvinistisch. Zo wordt het orthodox-calvinistische idee dat Jezus Christus enkel is gestorven voor de uitverkozen mensen, door het merendeel van de predikanten niet meer geaccepteerd.
Het onderzoek onderzocht ook de status van belijdenisgeschriften. Vrijwel alle predikanten (90 procent) zien belijdenisgeschriften als menselijke geschriften die ter discussie gesteld mogen worden. De remonstranten werden in de 17e eeuw nog verketterd omdat zij vroegen om een herziening van de Nederlandse geloofsbelijdenis. Wat deze resultaten extra verwonderlijk maakt is dat belijdenisgeschriften van oudsher een hoge status hebben in de Hervormde Kerk.
Het betekent echter niet dat ook tweederde van de predikanten voor afschaffing van de artikelen tegen de remonstranten is. Dit is te verklaren omdat veel predikanten de artikelen zien als één van de fundamenten waarop de gereformeerde kerk is gebouwd; ze maken onderdeel uit van de geschiedenis van de kerk, maar hoeven niet meer letterlijk genomen te worden. Toch geeft de helft van de predikanten aan dat de artikelen niet onmisbaar zijn.

Slechts één op de tien dominees meent dat een kerk zonder vastomlijnde geloofsbelijdenissen kan. Het zijn voornamelijk vrijzinnige predikanten die dit zeggen.

Bron: IKON-E.J. Tillema
REACTIES OP HET ONDERZOEK VAN VERSCHILLENDE PROMINENTEN:

2 van de 3 PKN-predikanten hebben niks meer met de Dordtse Leerregels en vrijwel alle predikanten zien belijdenisgeschriften als menselijke interpretaties die open staan voor kritiek. Hieronder een aantal reacties op deze onderzoeksresultaten.

Reacties van:

Ds. A.J. Plaisier, scriba Protestantse Kerk

Ds. H.J. Lam, voorzitter Gereformeerde Bond

Ds. D. Westerneng, voorzitter Confessioneel Gereformeerd Beraad

Ds. J. Offringa, voorzitter Op Goed Gerucht

Ds. C. Jacobs, beleidssecretaris VVP

Ds. T. Mikkers, algemeen secretaris Remonstrantse Broederschap

Prof. H. Stoffels, hoogleraar godsdienstwetenschappen VU

Ds. A.J. Plaisier, scriba Protestantse Kerk:

Volgens de kerkorde van de Protestantse Kerk belijden we God als Vader, Zoon en Heilige Geest. We doen dat in gemeenschap met het belijden van het voorgeslacht. Je staat in een traditie. Een traditie is daarbij iets levends. Om dezelfde God te belijden kun je niet volstaan met te herhalen wat eerder werd gezegd. Het is onderhand een cliché, maar toch nog maar een keer: belijdenissen zijn geen stok om te slaan, maar een staf om te gaan. Je moet ten opzichte van de belijdenisgeschriften zoals we die kennen niet te veel gaan plussen en minnen: daar een onsje minder, daar een onsje meer. Dan gaat de muziek uit deze belijdenissen. Zo zijn ze niet bedoeld. Ze zijn dus evenmin bedoeld om heilig te worden verklaard.

Hoe Gods keuze en de menselijke keuze zich tot elkaar verhouden is een geheimenis. Gods keuze sluit die van de mens niet uit. Gods keuze dwingt niet. Het schept juist de mogelijkheid om zelf te kiezen. Wie kiest voor God zal vooral dankbaar zijn dat God voor hem of haar heeft gekozen. ‘Uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen’. De Dordtse Leerregels hebben vooral dat willen uitdrukken. Dat hebben ze gedaan met het begrippenapparaat van de eigen tijd. Met de beperkingen die dat geeft. Er is alle reden om het debat tussen ‘Remonstranten’ en ‘Contra-Remonstranten’ zoals het toen gevoerd werd, weer op te pakken. Ik ben er van overtuigd dat dit dan een andere uitkomst zal geven dan in de 17e eeuw.

Overigens zijn de stellingen die voorgelegd zijn aan predikanten hier en daar wel erg kort door de bocht. Zo zou Calvijn geleerd hebben dat Christus alleen voor de uitverkorenen is gestorven. Dat lijkt me eerder ultracalvinisme dan calvinisme. En dat God het geloof geeft, wil helemaal niet zeggen dat de mens, door te gaan geloven, het geloof ook niet zelf aanvaardt. Het godgeleerde ijs waarop de onderzoekers zich hebben begeven is toch net wat gladder dan ze hebben gedacht.

s. H. J. Lam, voorzitter Gereformeerde Bond:

De predikanten die zeggen dat ze zich niet meer kunnen vinden in de Dordtse Leerregels moeten zich afvragen of hun plaats nog wel binnen de PKN is.

Het is echter niet nieuw. Paulus waarschuwt ons er al voor: er klinken altijd tegenstemmen. Daarom is Gereformeerde Bond er (helaas): wij voelen ons geroepen het geheel van de kerk terug te roepen naar de belijdenis van de kerk. De kerk is gehouden dit geluid te laten horen, en alle tegengeluiden horen er eigenlijk niet thuis.

Ds. D. Westerneng, voorzitter Confessioneel Gereformeerd Beraad:

Belijdenisgeschriften zijn menselijke interpretaties? Ik zou het anders willen formuleren: het zijn menselijke manieren om na te vertellen wat in de Bijbel staat. Maar in de gereformeerde leer staan zij altijd onder het gezag van de Bijbel.

Belijdenisgeschriften zijn op een bepaald moment met een bepaalde noodzaak gemaakt. De formulering in de Dordtse Leerregels was in de 17e eeuw nodig, maar nu leven we in een andere tijd.

Dat betekent niet dat we de Leerregels weg moeten doen: het hoofdpunt van de Leerregels – dat God ondanks onze fouten ons kiest Zijn kinderen te zijn – is prachtig en moeten we behouden. We moeten alleen dat thema opnieuw verwoorden zodat het belangrijk wordt voor deze tijd.

Een reformatorische kerk moet zich continu reformeren. Het is dus ook een goede – maar moeilijke – zaak om belijdenissen steeds opnieuw te verwoorden.

Ds. J. Offringa, voorzitter Op Goed Gerucht:

De resultaten verbazen me niet. De predestinatieleer is een doorgerationaliseerde manier van geloven die niet meer herkenbaar is voor velen.

Met de leer wilden de theologen te diep doordringen in de geheimen van God. Veel mensen zeggen dan ook: 'Daar gaan we over de grens van wat we weten en kunnen zeggen over God'.

Ik wil ze niet afstrepen, maar we zouden ze tussen accolades moeten zetten. Je moet ze met respect behandelen, maar er niet teveel gezag aan toekennen. Ze zijn niet de meest inspirerende belijdenissen uit verleden.

Belijdenissen zijn geen meetlat, maar bronnen voor de kerk om uit te putten.

Ds. C. Jacobs, beleidssecretaris Vereniging van Vrijzinnige Protestanten:

Vrijzinnigen zeggen altijd : ‘Belijdenisgeschriften zijn niet onzinnig, maar het zijn verhalen die in een bepaalde tijd zijn ontstaan door bepaalde conflicten die toen speelden’

Belijdenisgeschriften moet je dus altijd contextueel zien. Historisch gezien kan je de geschriften begrijpen maar na verloop van tijd worden die punten achterhaald.


Ds. T. Mikkers, algemeen secretaris Remonstrantse Broederschap:

De resultaten verbazen me wel. In de jaren ‘90 is er nog voor gekozen om de artikelen op te nemen in de kerkorde van de nieuwe PKN. Dat roept vragen op: is er sinds die tijd zoveel veranderd, of waren toen ook al veel mensen het niet eens met de inhoud van de artikelen? En wat zijn dan de redenen waarom ze wel zijn opgenomen in de kerkorde?

Was het niet verstandig om destijds zowel de Remonstrantie als de Dordtse leerregels te vermelden als de belijdenisgeschriften?

We zijn historisch gezien verweven met de PKN en dit onderzoek laat zien dat de verschillen kleiner zijn geworden. Dat motiveert onderling contact.

We kunnen nu samen het gesprek over de belijdenisgeschriften aanzwengelen. Wat willen we er mee? Wat doen we er mee? Ik snap heel goed dat dat een moeilijk gesprek zal worden, want er zijn ook nog groepen die wel waarde hechten aan de artikelen. En met hen moeten we ook rekening houden.

Prof. H. Stoffels, hoogleraar godsdienstsociologie, Vrij Universiteit:

Deze resultaten relativeren heel erg de actuele waarde van belijdenisgechriften. Het blijkt dat ze veel meer worden gezien als een document uit de geschiedenis dat de actuele gevoelens en opvattingen niet meer weergeeft.

De resultaten zijn interessant in het licht van de kerkvereniging. Er is toen veel gediscussieerd over de status van de belijdenisgeschriften en over de vraag welke geschriften als belijdenisgeschriften overgenomen moesten worden. Hoe komt het dat de zaken er nu zo voorstaan? Wat betekent dit voor artikel 1.4 en 1.5 van de Kerkorde waarin de kerk verklaart ‘te belijden in gemeenschap met de belijdenis van het voorgeslacht’.

Daarnaast is het ook interessant omdat in de gereformeerde kerken van oudsher belijdenisgeschriften een hoge status hebben.