Aanpassingen

  • Last Modified: zaterdag 23 september 2017, 12:46:51.

Wat geloven Zevende-dags Adventisten?
De naam van de kerk, Zevende-dags Adventisten, weerspiegelt twee belangrijke kenmerken waarmee zij zich onderscheiden van andere kerken. Het eerste kenmerk is dat Adventisten de rustdag vieren op zaterdag, de zevende dag van de week. Adventisten zijn dus sabbatvierende christenen. Het tweede kenmerk verwijst naar de toekomstvisie van de kerk. Zij geloven in de wederkomst van Christus. Officieel zijn er 28 geloofspunten, die in deze tekst zijn samengevat. Voor een uitvoeriger overzicht wordt aan het eind van deze tekst verwezen naar enkele internetlinks en literatuur.

Jezus Christus
Alleen door het geloof in Christus is er behoud voor mensen. De eeuwige redding van de mens is geheel afhankelijk van wat God in zijn Zoon Jezus Christus heeft gedaan.
Jezus Christus is onze Heer en Verlosser. Niet een systeem van leerstellingen is de kern van ons geloof maar wel de tegenwoordige, levende Jezus Christus.
Hij leeft in eeuwigheid met God, de Vader. Om de mensheid te redden, werd Hij mens. Hij leefde onder ons, stierf aan het kruis en stond drie dagen na zijn sterven op uit de dood en keerde naar de hemelse wereld terug. Zo redde hij ons en verzoende ons met God (Joh. 3:16,17).

De toekomst
De mens heeft geen onsterfelijke ziel. Zevende-dags Adventisten geloven dus niet dat de ziel van de mens bij het sterven rechtstreeks naar de hemel gaat.
Bij de dood begint een onbewuste toestand die tot op zekere hoogte met de slaap kan worden vergeleken. Als Christus wederkomt, zullen de doden herrijzen.
Dat zal samenvallen met het einde van de oude wereld en het begin van een nieuwe wereld.
De toekomst van de wereld ligt in Zijn hand. Jezus Christus zelf, en zij die van Hem getuigden, hebben altijd benadrukt dat Hij zou terugkomen. Zij voorspelden bepaalde gebeurtenissen, die op het einde van de wereld wijzen (Matt. 2; Tim.3:1-5).
In onze tijd zien wij dat deze voorspellingen uitkomen. Adventisten leggen daarbij het accent niet op de ondergang maar op de terugkomst van Jezus Christus; niet op het einde maar op de voleinding; niet op wanhoop maar op hoop. Wij geloven in het getuigenis van het Nieuwe Testament, dat Jezus zich persoonlijk inzet voor alle mensen voordat hij zal terugkomen. Wij weten niet wanneer dat zal zijn, maar wij geloven dat het niet lang meer zal duren
( Openb.1:7; 1 Thess.4:16).

De Bijbel is de basis voor het geloof
De basis van onze geloofsbelijdenis berust op de Bijbel. Hoewel wij in inspiratie geloven, gaan Adventisten niet uit van woordelijke inspiratie. Toch is er in het algemeen sprake van een behoudende Bijbelse visie. In de Bijbel wordt niet alleen het leven van Jezus beschreven maar ook de rol die Hij in de verlossing vervult.
In het Oude Testament werd Zijn komst naar deze aarde al voorspeld. Het Nieuwe Testament getuigt van Hem, wat Hij heeft gezegd en heeft gedaan. Door het lezen van de Bijbel ervaren wij hoe Jezus Christus werkelijk is. Daarom is de Bijbel het enige fundament voor ons geloof en voor de wijze waarop wij willen leven (2 Petrus 1:21).
De fundamentele geloofspunten zijn tot de Bijbel te herleiden. Dat wil niet zeggen dat er theologisch niets is veranderd sinds het ontstaan van de kerk zo'n 150 jaar geleden.
In de loop van de tijd is de theologische koers op een aantal aspecten bijgesteld. Dat is begrijpelijk aangezien ook de vragen, waarvoor een samenleving wordt gesteld, veranderd zijn in de afgelopen honderd jaar.

De drie-enige God
Adventisten onderschrijven het klassieke dogma van de christelijke Drie-eenheid. Zij geloven in het bestaan van God, zijn Zoon en de Heilige Geest. In dit aspect stemmen zij grotendeels overeen met wat veel andere protestanten ook geloven.

De tien Woorden
De tien Woorden of tien geboden zijn door Jezus in de Bergrede verklaard en verdiept. Het nakomen van deze Woorden kan ons niet redden. Maar voor hen die Christus navolgen en als christen willen leven zijn deze woorden eeuwigdurende, onveranderlijke maatstaven voor hun gedrag en maken ons duidelijk wat recht en onrecht is. De kracht het kwade na te laten en het goede te doen geeft God ons door Christus en de Heilige Geest (1 Joh.5:2-4). Hoewel Adventisten veel aandacht hebben voor het naleven van de Woorden en kiezen voor gehoorzaamheid aan alle geboden aanvaarden zij primair rechtvaardiging door het geloof. De wet toont de gebreken van de mens en drijft de mens naar Christus toe.
Vervolgens stelt Christus de mens in staat om niet alleen de letter van de wet maar vooral de geest van de wet als richtsnoer voor zijn leven te nemen.

De doop
Leden van de kerk zijn gedoopt. Dat is ook in andere protestantse kerken het geval. Het onderscheid is echter dat Adventisten geen kinderdoop kennen, maar een doop door onderdompeling voor volwassenen. Kinderen worden kort na de geboorte wel opgedragen. Om gedoopt te worden, moet men oud genoeg zijn om te begrijpen waarom het gaat. Voor de doop wordt men in kennis gebracht met de inhoud van het geloof en erkent men dat wij Jezus nodig hebben. Men geeft aan zich op Jezus te willen richten waardoor zijn leven verandert. Tenslotte beslist men zelf of men gedoopt wil worden.
De doop symboliseert het begin van een nieuw leven met Christus. Zoals Jezus stierf en na drie dagen uit de dood verrees, zo wordt een mens bij de onderdompeling in het water begraven en als hij daaruit opstaat, begint een nieuw leven met Jezus Christus (Rom.6:3-7). Daarom worden mensen naar het getuigenis van het Nieuwe Testament door onderdompeling gedoopt als zij Christus erkennen, Zijn Woord aannemen en in Hem geloven.

De zevende dag
Toen God de aarde schiep, sloot hij dit af met het instellen van een rustdag, de sabbat die begint op vrijdagavond bij zonsondergang en duurt tot zaterdagavond zons-ondergang.
Omdat het karakter van God onveranderlijk is, geloven Adventisten dat de sabbat niet alleen een Joodse instelling is, maar voor iedere christen bestemd is. De zevende dag (in het Hebreeuws: sabbat) is de rustdag. Wij leven in een hectische en rusteloze wereld. Vanaf het begin heeft God voor de mens op iedere zevende dag een rustpunt gegeven. Een dag waarop we niet zullen werken, de sabbat. God stelde een dag vast en schonk ons deze dag waardoor wij tot rust kunnen komen.