Aanpassingen

  • Last Modified: zaterdag 23 september 2017, 12:46:51.

Een kwestie van kiezen   
Bijbels Dagboek door Reinder Bruinsma

          Uw dagelijkse
                  Bijbeloverdenking 
                            in uw mailbox


Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.***

bijbelstudie

 

        1 januari                     Lezen: Genesis 1-3

God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep hij hen, mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen.                                            GEN. 1:27

Er is heel veel gespeculeerd over wat het betekent dat God de mens schiep ‘naar zijn evenbeeld/’ Wil het zeggen dat wij uiterlijk op hem lijken? Soms wordt van God inderdaad ook gezegd dat hij een lichaam heeft, met ‘een sterke arm’ om ons te kunnen bevrijden, met ogen om ons altijd te kunnen zien en oren om onze gebeden te kunnen horen. Maar de gedachte dat God in lichamelijk opzicht op ons lijkt stuit op erg veel problemen. Want wordt God ook niet omschreven als een alomtegenwoordige ‘geest’ (Johannes 4:24)?

Dat wij Gods ‘evenbeeld’ zijn wil zeggen dat er iets wezenlijks van God in ons wordt weerspiegeld. In de eerste hoofdstukken van het boek Genesis wordt het scheppingsverhaal verteld. God is de Maker van alles wat bestaat. Wij mensen zijn echter ook in staat om allerlei dingen te maken. Zou onze menselijke creativiteit een zwakke reflectie zijn van Gods scheppend vermogen? Zou dat met ‘evenbeeld’ worden bedoeld?

Of moeten we eerder denken aan de bijzondere eigenschap die al Gods andere eigenschappen overtreft: zijn onmetelijke liefde—en zijn verlangen om met degenen die hij liefheeft te communiceren? Het scheppingsverhaal geeft geen antwoord op alle vragen die wij over het begin van onze wereld kunnen hebben, maar de kern is duidelijk. God staat aan het begin van alles en hij is het middelpunt van alles. Wij zijn schepselen, dat wil zeggen: geschapen wezens die hun plaats moeten kennen. Het bijzondere aan ons is dat wij kunnen liefhebben. Mensen kunnen elkaar liefhebben (‘mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen’) en samen kunnen ze God liefhebben. Ze kunnen communiceren—met elkaar en met God.

Helaas is dat bijzondere element van ons mens-zijn, waarin wij op God lijken, bij velen vervaagd of beschadigd geraakt. Maar het is er, goddank, nog steeds.

Heer, dank u voor het feit dat wij in een belangrijk opzicht op u lijken: dat we kunnen liefhebben en kunnen communiceren met andere mensen en met u. Geef dat we ons dat ook vandaag steeds zullen herinneren.